BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 5.8.59
Voertuigreglement
1. De grote lichten, de mistlichten aan de voorzijde, de achteruitrijlichten en het bermlicht mogen niet anders dan wit stralen.
2. De mistlichten aan de achterzijde mogen niet anders dan rood stralen.
3. De parkeerlichten mogen naar voren niet anders dan wit en naar achteren niet anders dan rood stralen. Indien de parkeerlichten zijn samengebouwd met de richtingaanwijzers, mogen zij ambergeel stralen.
4. De zijrichtingaanwijzers mogen niet anders dan ambergeel stralen.
5. De markeringslichten mogen naar voren niet anders dan wit en naar achteren niet anders dan rood stralen.
6. Artikel 5.8.55, tweede, derde, vierde en zevende lid, is van toepassing op de in artikel 5.8.57bedoelde lichten en retroreflectoren.
7. Op de mistlichten aan de voorzijde van het voertuig is artikel 5.8.55, eerste tot en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
2. De mistlichten aan de achterzijde mogen niet anders dan rood stralen.
3. De parkeerlichten mogen naar voren niet anders dan wit en naar achteren niet anders dan rood stralen. Indien de parkeerlichten zijn samengebouwd met de richtingaanwijzers, mogen zij ambergeel stralen.
4. De zijrichtingaanwijzers mogen niet anders dan ambergeel stralen.
5. De markeringslichten mogen naar voren niet anders dan wit en naar achteren niet anders dan rood stralen.
6. Artikel 5.8.55, tweede, derde, vierde en zevende lid, is van toepassing op de in artikel 5.8.57bedoelde lichten en retroreflectoren.
7. Op de mistlichten aan de voorzijde van het voertuig is artikel 5.8.55, eerste tot en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.