BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 5.12.53
Voertuigreglement
1. De stadslichten mogen niet anders dan wit of geel stralen.
2. De richtingaanwijzers en de remlichten mogen niet anders dan rood of ambergeel stralen.
3. De achterlichten en de mistlichten aan de achterzijde mogen niet anders dan rood stralen.
4. De kentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.
5. De markeringslichten mogen naar voren niet anders dan wit, en naar achteren niet anders dan rood stralen.
6. De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel stralen. Indien het achterste zijmarkeringslicht onderdeel uitmaakt van een rood stralend licht dan wel van een rode retroreflector, mag dit licht rood stralen.
7. De markering aan de achterzijde moet bestaan uit één rechthoekig bord, dan wel uit een set van twee of vier rechthoekige borden, welke zijn voorzien van een rood fluorescerende omranding op een geel retroreflecterende achtergrond.
2. De richtingaanwijzers en de remlichten mogen niet anders dan rood of ambergeel stralen.
3. De achterlichten en de mistlichten aan de achterzijde mogen niet anders dan rood stralen.
4. De kentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.
5. De markeringslichten mogen naar voren niet anders dan wit, en naar achteren niet anders dan rood stralen.
6. De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel stralen. Indien het achterste zijmarkeringslicht onderdeel uitmaakt van een rood stralend licht dan wel van een rode retroreflector, mag dit licht rood stralen.
7. De markering aan de achterzijde moet bestaan uit één rechthoekig bord, dan wel uit een set van twee of vier rechthoekige borden, welke zijn voorzien van een rood fluorescerende omranding op een geel retroreflecterende achtergrond.