BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 5.3.68
Voertuigreglement
1. Indien de bedrijfsauto is voorzien van een vangmuilkoppeling met een nominale pendiameter van:
a. 40 mm, moet de pendiameter ten minste 36,5 mm bedragen;
b. 50 mm, moet de pendiameter ten minste 46 mm bedragen;
c. 57,5 mm, moet de pendiameter ten minste 55 mm bedragen.
2. De in het eerste lid bedoelde koppelingen moeten voldoen aan de volgende eisen:
a. de opwaartse speling van de pen mag niet meer dan 5 mm bedragen;
b. de radiale speling in de onderste bus mag niet meer dan 2 mm bedragen;
c. de onderste lagerbus mag niet loszitten en de bevestiging ervan mag niet zijn uitgeslagen;
d. de sluit- en borginrichting moet goed functioneren;
e. de radiale speling van de trekstang in de lagering in de achterbalk mag niet meer dan 2 mm bedragen;
f. axiale speling van de trekstang in de lagering in de achterbalk is niet toegestaan;
g. de bevestigingsmoer van de trekstang moet deugdelijk vastzitten en moet goed geborgd zijn;
h. het gedeelte van de vangmuil dat als geleiding voor het trekoog tijdens het aankoppelen is bedoeld, mag tekenen van vervorming, van scheuren of van uitgebroken delen vertonen, mits daardoor de sterkte of het functioneren van de koppeling met inbegrip van de sluit- en borginrichting niet wordt aangetast. Herstel daarvan door middel van lassen is toegestaan.
a. 40 mm, moet de pendiameter ten minste 36,5 mm bedragen;
b. 50 mm, moet de pendiameter ten minste 46 mm bedragen;
c. 57,5 mm, moet de pendiameter ten minste 55 mm bedragen.
2. De in het eerste lid bedoelde koppelingen moeten voldoen aan de volgende eisen:
a. de opwaartse speling van de pen mag niet meer dan 5 mm bedragen;
b. de radiale speling in de onderste bus mag niet meer dan 2 mm bedragen;
c. de onderste lagerbus mag niet loszitten en de bevestiging ervan mag niet zijn uitgeslagen;
d. de sluit- en borginrichting moet goed functioneren;
e. de radiale speling van de trekstang in de lagering in de achterbalk mag niet meer dan 2 mm bedragen;
f. axiale speling van de trekstang in de lagering in de achterbalk is niet toegestaan;
g. de bevestigingsmoer van de trekstang moet deugdelijk vastzitten en moet goed geborgd zijn;
h. het gedeelte van de vangmuil dat als geleiding voor het trekoog tijdens het aankoppelen is bedoeld, mag tekenen van vervorming, van scheuren of van uitgebroken delen vertonen, mits daardoor de sterkte of het functioneren van de koppeling met inbegrip van de sluit- en borginrichting niet wordt aangetast. Herstel daarvan door middel van lassen is toegestaan.