BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 5.12.48
Voertuigreglement
1. Aanhangwagens mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid moeten uitstekende delen van aanhangwagens, die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, zijn afgeschermd.
3. Het bepaalde in het eerste lid en tweede lid is niet van toepassing op voertuigdelen die zich hoger dan 2,00 m boven het wegdek bevinden.
4. De wielen onderscheidenlijk banden van aanhangwagens in gebruik genomen na 31 december 1974 moeten zijn afgeschermd overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde eisen en mogen niet aanlopen. De wielen onderscheidenlijk banden van aanhangwagens die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1975 moeten deugdelijk zijn afgeschermd en mogen niet aanlopen.
5. Aanhangwagens na 31 december 1969 in gebruik genomen, moeten zijn voorzien van zijdelingse afscherming. Deze verplichting geldt niet voor:
a. aanhangwagens die blijkens een aantekening op het kentekenbewijs hiervan zijn uitgezonderd;
b. het gedeelte achter de achterste as van aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg.
6. Een reservewielhouder die zich aan de buitenzijde van de aanhangwagen bevindt, moet deugdelijk zijn bevestigd. Indien in de houder een reservewiel is geplaatst, moet dat wiel goed zijn opgesloten.
7. Geen deel van de buitenzijde van de aanhangwagen mag zodanig zijn bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie zijn aangetast, dat gevaar bestaat voor losraken.
8. Onze Minister stelt regels vast omtrent het bepaalde in het vierde en vijfde lid.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid moeten uitstekende delen van aanhangwagens, die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, zijn afgeschermd.
3. Het bepaalde in het eerste lid en tweede lid is niet van toepassing op voertuigdelen die zich hoger dan 2,00 m boven het wegdek bevinden.
4. De wielen onderscheidenlijk banden van aanhangwagens in gebruik genomen na 31 december 1974 moeten zijn afgeschermd overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde eisen en mogen niet aanlopen. De wielen onderscheidenlijk banden van aanhangwagens die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1975 moeten deugdelijk zijn afgeschermd en mogen niet aanlopen.
5. Aanhangwagens na 31 december 1969 in gebruik genomen, moeten zijn voorzien van zijdelingse afscherming. Deze verplichting geldt niet voor:
a. aanhangwagens die blijkens een aantekening op het kentekenbewijs hiervan zijn uitgezonderd;
b. het gedeelte achter de achterste as van aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg.
6. Een reservewielhouder die zich aan de buitenzijde van de aanhangwagen bevindt, moet deugdelijk zijn bevestigd. Indien in de houder een reservewiel is geplaatst, moet dat wiel goed zijn opgesloten.
7. Geen deel van de buitenzijde van de aanhangwagen mag zodanig zijn bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie zijn aangetast, dat gevaar bestaat voor losraken.
8. Onze Minister stelt regels vast omtrent het bepaalde in het vierde en vijfde lid.