BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 3.4.41
Voertuigreglement
1. Motorfietsen die in gebruik worden genomen na 16 juni 1999, moeten zijn voorzien van grote lichten, dimlichten, stadslichten, richtingaanwijzers, achterlichten, remlichten, een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat en niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG.
2. Motorfietsen die in gebruik worden genomen na 31 oktober 1995 doch voor 17 juni 1999, moeten zijn voorzien van:
a. grote lichten en dimlichten, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG of richtlijn 76/761/EEG;
b. stadslichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
c. richtingaanwijzers die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG of richtlijn 76/759/EEG;
d. achterlichten die voldoen aan het bepaalde inrichtlijn 97/24/EG;
e. remlichten die voldoen aan het bepaalde inrichtlijn 97/24/EG;
f. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat, die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
g. niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG.
3. Motorfietsen die in gebruik worden genomen na 31 december 1994 doch voor 1 november 1995, moeten zijn voorzien van:
a. een groot licht en een dimlicht, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG of richtlijn 76/761/EEG;
b. richtingaanwijzers die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG of richtlijn 76/759/EEG;
c. een achterlicht dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
d. een remlicht dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
e. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat, die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
f. een niet-driehoekige rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig, die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 76/757/EEG.
2. Motorfietsen die in gebruik worden genomen na 31 oktober 1995 doch voor 17 juni 1999, moeten zijn voorzien van:
a. grote lichten en dimlichten, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG of richtlijn 76/761/EEG;
b. stadslichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
c. richtingaanwijzers die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG of richtlijn 76/759/EEG;
d. achterlichten die voldoen aan het bepaalde inrichtlijn 97/24/EG;
e. remlichten die voldoen aan het bepaalde inrichtlijn 97/24/EG;
f. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat, die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
g. niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG.
3. Motorfietsen die in gebruik worden genomen na 31 december 1994 doch voor 1 november 1995, moeten zijn voorzien van:
a. een groot licht en een dimlicht, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG of richtlijn 76/761/EEG;
b. richtingaanwijzers die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG of richtlijn 76/759/EEG;
c. een achterlicht dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
d. een remlicht dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
e. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat, die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 97/24/EG;
f. een niet-driehoekige rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig, die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 76/757/EEG.