BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 3.3.9
Voertuigreglement
1. De last onder de as of assen van bedrijfsauto’s die na 31 december 1994 in gebruik worden genomen, mag niet meer bedragen dan:
a. de door de fabrikant van het voertuig opgegeven toegestane maximum last,
b. voor enige as: 10 000 kg voor een niet-aangedreven as en 11 500 kg voor een aangedreven as,
c. voor voertuigen met een asstel met twee niet-aangedreven assen: 1°. indien de onderlinge afstand tussen de assen minder bedraagt dan 1,00 m, 11 000 kg te zamen,
2°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,00 m of meer bedraagt maar minder dan 1,30 m, 16 000 kg te zamen,
3°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,30 m of meer bedraagt maar minder dan 1,80 m, 18 000 kg te zamen,
1°. indien de onderlinge afstand tussen de assen minder bedraagt dan 1,00 m, 11 000 kg te zamen,
2°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,00 m of meer bedraagt maar minder dan 1,30 m, 16 000 kg te zamen,
3°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,30 m of meer bedraagt maar minder dan 1,80 m, 18 000 kg te zamen,
d. voor voertuigen met een asstel met twee assen waarvan 1 of 2 assen zijn aangedreven: 1°. indien de onderlinge afstand tussen de assen minder bedraagt dan 1,00 m, 11 500 kg te zamen,
2°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,00 m of meer bedraagt maar minder dan 1,30 m, 16 000 kg te zamen,
3°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,30 m of meer bedraagt maar minder dan 1,80 m: a. 18 000 kg te zamen,
b. 19 000 kg te zamen indien de aangedreven as is voorzien van banden in dubbele montage alsmede van gasvering of van in het kader van de Europese Gemeenschappen als gelijkwaardig aangemerkte vering,
c. 19 000 kg te zamen indien beide aangedreven assen zijn voorzien van banden in dubbele montage, waarbij de last onder ieder der assen niet meer mag bedragen dan 9500 kg.
a. 18 000 kg te zamen,
b. 19 000 kg te zamen indien de aangedreven as is voorzien van banden in dubbele montage alsmede van gasvering of van in het kader van de Europese Gemeenschappen als gelijkwaardig aangemerkte vering,
c. 19 000 kg te zamen indien beide aangedreven assen zijn voorzien van banden in dubbele montage, waarbij de last onder ieder der assen niet meer mag bedragen dan 9500 kg.
1°. indien de onderlinge afstand tussen de assen minder bedraagt dan 1,00 m, 11 500 kg te zamen,
2°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,00 m of meer bedraagt maar minder dan 1,30 m, 16 000 kg te zamen,
3°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,30 m of meer bedraagt maar minder dan 1,80 m: a. 18 000 kg te zamen,
b. 19 000 kg te zamen indien de aangedreven as is voorzien van banden in dubbele montage alsmede van gasvering of van in het kader van de Europese Gemeenschappen als gelijkwaardig aangemerkte vering,
c. 19 000 kg te zamen indien beide aangedreven assen zijn voorzien van banden in dubbele montage, waarbij de last onder ieder der assen niet meer mag bedragen dan 9500 kg.
a. 18 000 kg te zamen,
b. 19 000 kg te zamen indien de aangedreven as is voorzien van banden in dubbele montage alsmede van gasvering of van in het kader van de Europese Gemeenschappen als gelijkwaardig aangemerkte vering,
c. 19 000 kg te zamen indien beide aangedreven assen zijn voorzien van banden in dubbele montage, waarbij de last onder ieder der assen niet meer mag bedragen dan 9500 kg.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de last onder enige as van een rijdend werktuig niet meer bedragen dan:
a. voor de bruikbaarheid als werktuig noodzakelijk is,
b. de door de fabrikant van het voertuig opgegeven toegestane maximum last, en
c. 12 000 kg per as.
3. Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot de toegestane maximum last onder de as of assen van bedrijfsauto’s die niet in het eerste lid zijn genoemd dan wel die voor 1 januari 1995 in gebruik zijn genomen.
a. de door de fabrikant van het voertuig opgegeven toegestane maximum last,
b. voor enige as: 10 000 kg voor een niet-aangedreven as en 11 500 kg voor een aangedreven as,
c. voor voertuigen met een asstel met twee niet-aangedreven assen: 1°. indien de onderlinge afstand tussen de assen minder bedraagt dan 1,00 m, 11 000 kg te zamen,
2°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,00 m of meer bedraagt maar minder dan 1,30 m, 16 000 kg te zamen,
3°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,30 m of meer bedraagt maar minder dan 1,80 m, 18 000 kg te zamen,
1°. indien de onderlinge afstand tussen de assen minder bedraagt dan 1,00 m, 11 000 kg te zamen,
2°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,00 m of meer bedraagt maar minder dan 1,30 m, 16 000 kg te zamen,
3°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,30 m of meer bedraagt maar minder dan 1,80 m, 18 000 kg te zamen,
d. voor voertuigen met een asstel met twee assen waarvan 1 of 2 assen zijn aangedreven: 1°. indien de onderlinge afstand tussen de assen minder bedraagt dan 1,00 m, 11 500 kg te zamen,
2°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,00 m of meer bedraagt maar minder dan 1,30 m, 16 000 kg te zamen,
3°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,30 m of meer bedraagt maar minder dan 1,80 m: a. 18 000 kg te zamen,
b. 19 000 kg te zamen indien de aangedreven as is voorzien van banden in dubbele montage alsmede van gasvering of van in het kader van de Europese Gemeenschappen als gelijkwaardig aangemerkte vering,
c. 19 000 kg te zamen indien beide aangedreven assen zijn voorzien van banden in dubbele montage, waarbij de last onder ieder der assen niet meer mag bedragen dan 9500 kg.
a. 18 000 kg te zamen,
b. 19 000 kg te zamen indien de aangedreven as is voorzien van banden in dubbele montage alsmede van gasvering of van in het kader van de Europese Gemeenschappen als gelijkwaardig aangemerkte vering,
c. 19 000 kg te zamen indien beide aangedreven assen zijn voorzien van banden in dubbele montage, waarbij de last onder ieder der assen niet meer mag bedragen dan 9500 kg.
1°. indien de onderlinge afstand tussen de assen minder bedraagt dan 1,00 m, 11 500 kg te zamen,
2°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,00 m of meer bedraagt maar minder dan 1,30 m, 16 000 kg te zamen,
3°. indien de onderlinge afstand tussen de assen 1,30 m of meer bedraagt maar minder dan 1,80 m: a. 18 000 kg te zamen,
b. 19 000 kg te zamen indien de aangedreven as is voorzien van banden in dubbele montage alsmede van gasvering of van in het kader van de Europese Gemeenschappen als gelijkwaardig aangemerkte vering,
c. 19 000 kg te zamen indien beide aangedreven assen zijn voorzien van banden in dubbele montage, waarbij de last onder ieder der assen niet meer mag bedragen dan 9500 kg.
a. 18 000 kg te zamen,
b. 19 000 kg te zamen indien de aangedreven as is voorzien van banden in dubbele montage alsmede van gasvering of van in het kader van de Europese Gemeenschappen als gelijkwaardig aangemerkte vering,
c. 19 000 kg te zamen indien beide aangedreven assen zijn voorzien van banden in dubbele montage, waarbij de last onder ieder der assen niet meer mag bedragen dan 9500 kg.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de last onder enige as van een rijdend werktuig niet meer bedragen dan:
a. voor de bruikbaarheid als werktuig noodzakelijk is,
b. de door de fabrikant van het voertuig opgegeven toegestane maximum last, en
c. 12 000 kg per as.
3. Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot de toegestane maximum last onder de as of assen van bedrijfsauto’s die niet in het eerste lid zijn genoemd dan wel die voor 1 januari 1995 in gebruik zijn genomen.