BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 5.12.68
Voertuigreglement
1. Indien de aanhangwagen is voorzien van een trekoog met een nominale inwendige diameter van 40 mm:
a. mag de inwendige diameter van het trekoog niet meer dan 41,5 mm bedragen;
b. moet de dikte van het trekoog ten minste 28,0 mm bedragen.
2. Indien de aanhangwagen is voorzien van een trekoog met een nominale inwendige diameter van 50 mm:
a. mag de inwendige diameter van het trekoog niet meer dan 52,5 mm bedragen;
b. moet de dikte van het trekoog ten minste 41,5 mm bedragen.
3. Indien de aanhangwagen is voorzien van een trekoog met een nominale inwendige diameter van 57,5 mm:
a. mag de inwendige diameter van het trekoog niet meer dan 59,5 mm bedragen;
b. moet de dikte van het trekoog ten minste 19 mm bedragen.
4. Het trekoog mag niet zijn vervormd of gescheurd.
5. Het trekoog mag niet zijn voorzien van een ingelaste trekoogbus.
6. Het trekoog mag niet zijn hersteld door middel van lassen of oplassen.
a. mag de inwendige diameter van het trekoog niet meer dan 41,5 mm bedragen;
b. moet de dikte van het trekoog ten minste 28,0 mm bedragen.
2. Indien de aanhangwagen is voorzien van een trekoog met een nominale inwendige diameter van 50 mm:
a. mag de inwendige diameter van het trekoog niet meer dan 52,5 mm bedragen;
b. moet de dikte van het trekoog ten minste 41,5 mm bedragen.
3. Indien de aanhangwagen is voorzien van een trekoog met een nominale inwendige diameter van 57,5 mm:
a. mag de inwendige diameter van het trekoog niet meer dan 59,5 mm bedragen;
b. moet de dikte van het trekoog ten minste 19 mm bedragen.
4. Het trekoog mag niet zijn vervormd of gescheurd.
5. Het trekoog mag niet zijn voorzien van een ingelaste trekoogbus.
6. Het trekoog mag niet zijn hersteld door middel van lassen of oplassen.