BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 3.2.39a
Voertuigreglement
1. Het klimaatregelingssysteem van personenauto’s die in gebruik worden genomen na 20 juni 2008 is ontworpen om gefluoreerde broeikasgassen te bevatten met een aardopwarmingsvermogen van niet meer dan 150 en voldoet wat betreft emissies aan richtlijn 2006/40/EG.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor personenauto’s die in gebruik worden genomen voor 1 januari 2011 en die zijn voorzien een klimaatregelingssysteem dat is ontworpen om gefluoreerde broeikasgassen te bevatten met een aardopwarmingsvermogen van meer dan 150, waarbij de lekkagewaarden voor een dergelijk systeem met één verdamper niet meer dan 40 g gefluoreerde broeikasgassen bedragen en voor een systeem met twee verdampers niet meer dan 60 g gefluoreerde broeikasgassen bedragen.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor personenauto’s die in gebruik worden genomen voor 1 januari 2011 en die zijn voorzien een klimaatregelingssysteem dat is ontworpen om gefluoreerde broeikasgassen te bevatten met een aardopwarmingsvermogen van meer dan 150, waarbij de lekkagewaarden voor een dergelijk systeem met één verdamper niet meer dan 40 g gefluoreerde broeikasgassen bedragen en voor een systeem met twee verdampers niet meer dan 60 g gefluoreerde broeikasgassen bedragen.